Inleiding
Met veel bombarie werd het gepresenteerd: de Haagse Nachtvisie. Een toekomst waarin de stad bruist na zonsondergang, met ruimte voor creativiteit, veiligheid en inclusie. Er werden beloftes gedaan, plannen ontvouwd en intenties uitgesproken. Maar wat volgde was geen daadkrachtig nachtbeleid, maar een toneelstuk in slow motion. Ideeën zijn er genoeg, maar uitvoering ontbreekt. Wat resteert is een lege huls vol gemiste kansen en stille uitsluiting.
Nachtburgemeester zonder tanden
De functie van Nachtburgemeester wordt steevast verkocht als de stem van de nacht. Maar wie goed kijkt, ziet vooral een rol zonder mandaat, zonder transparantie en zonder verantwoordelijkheid. Het is geen publieke functie, het kent geen verslaglegging en er is geen toezicht. De enige vereiste lijkt te zijn dat je goed ligt in een klein netwerk. Van bruggenbouwer is allang geen sprake meer. Wie op zoek gaat naar resultaten, vindt vooral profielfoto’s en praatjes voor de bühnen.
De Nachtraad: een zelfgekozen kring van ingewijden
De zogeheten Nachtraad opereert onder het mom van vertegenwoordiging, maar is in de praktijk een besloten gezelschap. Geen verkiezing, geen openbare wervingsprocedure, geen inhoudelijke verslaglegging. Het zijn de bekenden van de nacht, die elkaar al jaren de hand schudden en zichzelf de legitimiteit toedichten namens een sector die hen nooit heeft gekozen. Het ontbreekt aan inspraak, aan checks and balances, en vooral aan inclusiviteit. De raad claimt namens de stad te spreken, maar de stad spreekt niet terug.
Nachtvisie zonder fundament
Op papier is de Nachtvisie een ambitieus beleidsdocument. Maar het mist fundamentele elementen: uitvoering, toetsing, verantwoording en een eerlijke vertegenwoordiging van het veld. De bijbehorende Nachtpact werd ondertekend zonder dat belangrijke partijen werden betrokken. Sterker nog, organisaties met bewezen staat van dienst zoals Stappen in Den Haag, met meer dan 22 jaar ervaring, werden volkomen genegeerd. Geen uitnodiging, geen gesprek, geen erkenning. Wat overblijft is geen visie, maar een klankkast voor wie al aan tafel zat.
Daarnaast werd publiekelijk geclaimd dat Den Haag geen complete uitgaansagenda heeft. Als daarmee wordt bedoeld dat de gemeente geen complete uitgaansagenda heeft, klopt dat. Maar de stad Den Haag beschikt wél over de meest complete uitgaansagenda van Nederland: Stappen in Den Haag en de GoneOut App. Het argument dat twee clubs ontbreken op deze agenda is onjuist gepresenteerd. Deze clubs hebben er zélf voor gekozen om niet vermeld te worden, vanwege hun beperkte capaciteit en unieke manier van promotie. Dat is geen tekortkoming, maar een bewuste keuze van de exploitanten.
Eén van de uitgesloten partijen besloot niet stil te blijven zitten. Op eigen initiatief werd een onafhankelijk onderzoek gestart naar de gaten, onvolledigheden en blinde vlekken in de gepresenteerde Nachtvisie. De resultaten werden gepubliceerd onder de naam Stapvisie: een inhoudelijke aanvulling die wél voortkomt uit kennis van de praktijk, jarenlange ervaring in het Haagse nachtleven en concrete voorstellen voor inclusieve nachtcultuur. Die aanvulling werd echter niet officieel betrokken of erkend binnen het beleid, waarmee wederom wordt bevestigd dat alternatieve stemmen binnen deze stad enkel worden gedoogd zolang ze niet te luid zijn.
Op papier is de Nachtvisie een ambitieus beleidsdocument. Maar het mist fundamentele elementen: uitvoering, toetsing, verantwoording en een eerlijke vertegenwoordiging van het veld. De bijbehorende Nachtpact werd ondertekend zonder dat belangrijke partijen werden betrokken. Sterker nog, organisaties met bewezen staat van dienst zoals Stappen in Den Haag, met meer dan 22 jaar ervaring, werden volkomen genegeerd. Geen uitnodiging, geen gesprek, geen erkenning. Wat overblijft is geen visie, maar een klankkast voor wie al aan tafel zat.
Exclusionair beleid en juridische vragen
Deze werkwijze is niet alleen onzorgvuldig, maar schuurt tegen fundamentele rechtsbeginselen. Artikel 1 van het Burgerlijk Wetboek stelt dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden. Artikel 3 eist redelijkheid en billijkheid in onderlinge relaties. Door structureel organisaties buiten te sluiten die aantoonbare bijdrage leveren aan het uitgaansleven, creëert de gemeente niet alleen een democratisch deficit, maar riskeert het ook het vertrouwen in beleidsvorming zelf. Dit is geen open stad, dit is een gesloten systeem.
Waarom dit ertoe doet
Een stad die haar nachtleven niet serieus regisseert, verliest meer dan culturele flair. Het raakt aan veiligheid, inclusie en aansprakelijkheid. En precies dát zijn de speerpunten die in elke beleidsnotitie, persconferentie en visie worden benoemd door de wethouder en de betrokken partijen. Maar het is juist hun eigen werkwijze die ervoor zorgt dat deze kernwaarden niet tot uiting komen. Door organisaties uit te sluiten, uitvoering achterwege te laten en verantwoordelijkheid te ontlopen, ondergraven ze hun eigen doelstellingen.
Mooi hoor, een internationale stad van vrede en recht. Maar veilig is het er niet, en er is geen vrede met de manier waarop het nachtleven wordt ingericht. Het is een façade van woorden, niet van daden. Zolang veiligheid, inclusie en aansprakelijkheid alleen worden genoemd en niet geborgd, blijven ze loze kreten in beleidsstukken die geen aansluiting vinden met de praktijk.
Zonder duidelijke afspraken, vertegenwoordiging en monitoring ontstaan blinde vlekken. Wie zorgt er voor meldingen van discriminatie aan de deur? Wie borgt dat nieuwe initiatieven ook van buiten de gevestigde orde komen? Wie waarborgt dat de Haagse nacht ook een plek is voor vrouwen, queer personen, biculturele jongeren of mensen met een beperking?
De huidige aanpak biedt daar geen antwoord op. Het omarmen van nachtcultuur vereist geen visiebrochure, maar bestuurlijke durf, openheid en samenwerking met het hele veld. Die ontbreekt.
Een stad zonder ruggengraat
Als de stad werkelijk wil uitgroeien tot een internationale culturele bestemming, moet het de nachtcultuur niet alleen vieren bij persmomenten, maar ook erkennen in de praktijk. Zolang kritische spelers worden genegeerd, netwerken gesloten blijven en plannen niet worden uitgevoerd, zal Den Haag in de nacht niet leiden, maar falen.
De vinger mag hierbij zonder terughoudendheid richting het college. Een bestuurder die beleid presenteert maar weigert om te sturen, corrigeren of controleren, is geen leider van de nacht. Het is tijd voor een reset. Niet nog een visie, maar concrete actie, gedragen door de volle breedte van het nachtleven.
Waar vinden we eigenlijk nog de echte Hagenezen terug en hun onmiskenbare levenshouding? De mensen van de straat, de doeners, de nachtraven die niet vergaderen maar aanpakken? Zeker niet in de overlegstructuren waar het woord ‘nacht’ onderdeel van de functietitel is geworden. Die houden vooral van praten, vergaderen, analyseren en rapporteren. Ze vergaderen zelfs over het doen, maar doen ondertussen niets.
En die wethouder? Zolang ze op alle borrels haar wijntje kan heffen en een applaus ontvangt bij de lancering van weer een beleidsstuk, lijkt ze tevreden. Maar de stad verdient meer. Het wordt tijd dat het beleid niet langer gevormd wordt in bestuurskamers met draaiboeken, maar op straat, in de zalen, in de clubs. Daar waar het leeft.
Het wordt tijd dat de Haagse politiek zich laat inspireren door de enige echte leidraad die de stad al decennia overeind houdt: niet lullen, maar doen.
